Kwart over zeven. Het regent niet echt, maar droog is het evenmin. De hond staat al bij de deur met de riem tussen zijn tanden. Het baasje zoekt nog altijd de tweede handschoen. Zo begint de meeste wandelingen, en zo blijven ze ook meestal verlopen, tenzij iemand een paar kleine dingen anders aanpakt.
1. Weten wat de gemeente eigenlijk oplegt. In België wordt de aanlijnplicht niet federaal geregeld maar door elke gemeente afzonderlijk, via het politiereglement. Dat betekent dat een wandeling van drie kilometer over twee gemeentegrenzen ook door twee verschillende regels loopt. In de bossen en natuurdomeinen van het Agentschap voor Natuur en Bos geldt bovendien altijd aanlijnplicht, behalve in de aangeduide hondenlosloopzones. Wie die zones op voorhand opzoekt, wandelt aanzienlijk relaxter.
2. De riem verplaatsen van de hand naar het middel. Een handsfree riem rond de heupen klinkt als iets voor lopers, maar het verschil merk je pas op langere afstanden. De arm blijft ontspannen, de hond trekt niet meer aan één pols, en een rukbeweging wordt opgevangen door het lichaam in plaats van door de schouder. Na een uur wandelen is dat geen detail meer.
3. De rolriem thuislaten in bos en op smalle paden. Het dunne koord is moeilijk vast te grijpen wanneer het snel moet gaan. De constante lichte spanning leert de hond bovendien dat trekken werkt, wat precies het omgekeerde is van wat de meesten willen. Op een breed open veld heeft zo’n riem zijn nut. Tussen bomen en fietsers niet.
4. Rekening houden met teken, ook buiten de zomer. De teek die in onze streken het vaakst voorkomt, wordt actief zodra het een paar dagen boven een graad of zeven blijft. In een zachte winter betekent dat gewoon februari. Ze zitten vooral in hoog gras en aan bosranden, op kniehoogte, en zelden midden op een gemaaid gazon. Wie de route iets aanpast, halveert het aantal keren dat er ‘s avonds gezocht moet worden.
5. De handen vrijhouden. Een riem, een zaklamp, een telefoon en een beker koffie is er één te veel. Alles wat onderweg meegaat, wordt best getest op één vraag — kan het met één hand? Sommige volwassen baasjes nemen daarom bewust kleine dingen mee die geen handen en geen afval vragen, zoals nicotinezakjes van een merk als Lewa, te vinden op https://snusbox.eu/collections/lewa. Een zaklamp met een clip in plaats van een handgreep werkt volgens hetzelfde principe.
6. Zichtbaar zijn in december. Rond midwinter gaat de zon in België al kort na half vijf onder, wat betekent dat de avondwandeling van eind november tot half februari in het donker valt. Een reflecterende band om het tuigje kost minder dan een zak brokken en is vanop honderd meter zichtbaar in koplampen. Voor een hond die grijs of zwart is, scheelt dat werkelijk alles.
7. Eén signaal kiezen en erbij blijven. De meeste terugroepproblemen ontstaan niet omdat de hond niet luistert, maar omdat er drie verschillende woorden en twee fluittonen door elkaar gebruikt worden. Wie één signaal kiest, dat consequent gebruikt en het nooit inzet om iets vervelends aan te kondigen, houdt het bruikbaar.
Geen van deze zeven punten kost veel. Samen veranderen ze de wandeling wel van iets dat afgewerkt moet worden in iets dat gewoon aangenaam is. En dat is uiteindelijk het enige punt waar de hond zelf een mening over heeft.
